Anna Jansson
Gotland is niet alleen een geliefde locatie om misdaadromans te laten afspelen maar ook de geboortegrond van de in 1958 geboren Zweedse auteur Anna Jansson. Opgeleid als verpleegkundige en behept met het ongemak geen bloed te kunnen zien begon Jansson in 1998 met het schrijven hetgeen in 2000 resulteerde in haar eerste misdaadroman met Maria Wern, ‘Stum sitter guden’ in 2001 gevolgd door ‘Alla de stillsamma döda’. Het debuut kwam in 2003 in een vertaling van Tine P.G. Jorissen-Wedzinga uit bij uitgeverij De Geus met de titel ‘Midwinteroffer’ en werd in 2005 gevolgd door ‘Doodskruid‘.
In Zweden staat de teller inmiddels op tien thrillers met inspecteur Maria Wern. Uitgeverij De Geus heeft er voor gekozen om in 2007 het uit 2006 stammende zesde deel ‘Främmande fågel’ uit te geven vertaald als ’Zondebok’, wellicht een vreemde titel voor een boek over vogelgriep dat zich afspeelt op Gotland.
Om de reeks wat completer te maken heeft uitgeverij De Geus het derde deel 'Må döden sova' uitgebracht met de titel 'Laat de dood slapen'. In 2009 verscheen het vierde deel dat ook speelt op Gotland en de titel 'De zilveren kroon' heeft gekregen.